Innovator in the picture - M&G Group

Interview met Henk Bruining, manager Innovation en Regulation

Henk Bruining: “We moeten stoppen met het verbranden van fossiele brandstoffen, maar wel op een verstandige manier”

En om op een verstandige manier “van het gas” af te komen, is een sterk netwerk waarin ideeën worden uitgewisseld en geëxperimenteerd kan worden essentieel, vertelt Bruining als we hem vragen naar zijn lidmaatschap van BINK. “Dit netwerk maakt het makkelijker om met elkaar in contact te komen. Helemaal omdat we allemaal dicht bij elkaar in de buurt zitten. Ik heb bewust gekozen voor dit netwerk in Noord-Nederland. We hebben hier meer dan genoeg kennis en ervaring, daarvoor hoef je echt niet het hele land door” legt de Manager Innovation en Regulation van M&G Group uit. “We staan voor een grote uitdaging, daarom is kennis uitwisselen nu extra belangrijk.”

Contacten en experimenten
M&G Group is ontstaan in Noord-Nederland en heeft het hoofdkantoor in Assen. Maar de groep heeft inmiddels vestigingen in heel Europa. “Wij produceren onderdelen voor en toebehoren van CV-ketels, met name rookgasafvoermateriaal, maar ook elementen voor industriële luchtverwarmers. We leveren bijvoorbeeld veel aan ketelfabrikanten. Daarnaast produceren we ventilatiesystemen, zogenaamde distributiesystemen. Dat alles met tien bedrijven in Europa, waarvan zes productielocaties en zeshonderd mensen in dienst” vertelt Bruining enthousiast. Hij is al vanaf het begin lid van BINK en participeert ook in het experiment van Entrance op het gezamenlijke terrein. Daar doen ze momenteel een duurtest met ketels die branden op 100 % waterstof, waarin ook de rookgasafvoersystemen van M&G Group worden beoordeeld. “Dit soort experimenten zijn belangrijk om bij te dragen aan de energietransitie. Want die beweging is onomkeerbaar, de noodzaak is duidelijk. Het is alleen nog zoeken naar alle antwoorden.”

Voorzichtig zijn
Inmiddels houdt Bruining zich al vijfentwintig jaar bezig met innovatie binnen M&G Group en weet zodoende veel van de ontwikkelingen in de energietransitie: “Dat we snel van het aardgas af moeten, is vooral een Nederlandse invalshoek. En nog specifieker: een Groningse invalshoek, terecht ingegeven door de aardbevingsproblematiek. Daarnaast zet ook het klimaatakkoord van Parijs druk. Gek genoeg zien wij juist nu landen om ons heen overstappen op aardgas, omdat ze het zien als een schonere manier van energie produceren. Deze landen hebben jarenlang stroom gemaakt van vervuilende steenkool, of erger: bruinkool. We zijn wat dat betreft voorloper op basis van onze Nederlandse mentaliteit. Ik vind alleen wel dat we voorzichtig moeten zijn in de stappen die we zetten” legt Bruining uit. We hebben een prima infrastructuur liggen dat we kunnen inzetten voor de energietransitie, bijvoorbeeld door te kijken naar waterstof, biogassen of synthetische gassen. Gelukkig krijgt dat steeds meer aandacht en draagvlak.”

Aardgas ligt heel gevoelig in Groningen
Voor veel mensen die zich niet al zo lang bezighouden met deze thematiek, kan het lijken alsof de aandacht voor aardgas nieuw is en pas sinds de aandacht voor de aardbevingen echt voeten aan de grond vond. Maar Bruining weerlegt dit. “Ik herinner me nog heel goed de oliecrisis van 1973. Er was destijds een groep die onder de noemer “Lutje Koewait” (Klein Koeweit) vond dat Groningen zich beter kon afscheiden van de rest van Nederland als zelfstandige gasstaat. Er werd zoveel geld onttrokken aan de provincie, terwijl Groningen daar eigenlijk nooit iets van terugzag. De frustratie van nu, heeft daar dus al wortels. Het is goed om dat te weten als je mee wil praten over dit thema.” Van een zelfstandige gasstaat is het nooit gekomen, maar actie is nu wel vereist, erkent ook Bruining. “De ontwikkelingen gaan nu snel en wij volgen ze natuurlijk op de voet. Want ja: als aardgas verdwijnt en er wordt overgestapt naar 100 % elektrische verwarming, dan heeft dat gevolgen voor de markt waarin wij ons als M&G bewegen. Dat is ook de reden waarom we graag vooraan staan in de beweging naar schonere energie. En omdat ons huidige omgaan met energie niet langer houdbaar is. We moeten naar circulaire en schonere methodes. Die gaan er komen, dat weet ik zeker. We zijn al een heel eind op weg.”