COLUMN van onze directeur - Een sterker frame voor Groningen

2 juli 2020

COLUMN van onze directeur - Een sterker frame voor Groningen

Weer gaat het over de bevingen in Groningen. Je zou je er bijna voor verontschuldigen. “Het is nu toch wel geregeld?”, is wat veel mensen op enige afstand denken. Maar helaas is dat niet het geval.

Een paar feiten op een rij: In 2020 zijn in Groningen al meer dan 40 bevingen geregistreerd, waarvan 17 met een sterkte tussen de 1 en 2 (nam.nl). Alleen al in juni 2020 zijn er meer dan 4.000 schademeldingen ontvangen (schadedoormijnbouw.nl). Tot en met mei werd in 2020 het versterkingstraject voor 62 panden afgerond. De totale werkvoorraad bedraagt zo’n 26.000 adressen. (nationaalcoördinatorgroningen.nl).

De afgelopen periode is veel werk verzet om de organisatie op te lijnen. De aanpak is geheel naar het publieke domein gebracht (de NAM en Centrum Veilig Wonen zijn uit de lijn). En er is een taakverdeling tussen het ministerie, de Nationaal Coördinator Groningen (versterken), Instituut Mijnbouwschade Groningen (schadeafhandeling) en de gemeenten. Dat is best een ingewikkelde constructie, maar het zou moeten kunnen werken als de kaders en budgetten voor bewoners en gebouweigenaren helder en stabiel zijn. En daar ontbreekt het nog steeds aan. Groningen zit in een ‘wedstrijd’ waarbij de grootte van het speelveld, de spelregels en de rol van de scheidsrechter steeds veranderen.

Nu is er discussie over de norm voor versterken, die wordt vastgelegd in de zogenaamde Nationale Praktijkrichtlijn (NPR). Dat gaat over veiligheid en het risico van slachtoffers: bij een zware klap moet je je woning veilig kunnen verlaten. Volgens deze norm ‘versterken’ wil dus niet zeggen dat je huis geen schade oploopt bij nieuwe bevingen. Door de versnelde afbouw van de gaswinning neemt de kracht van seismische activiteit in de bodem af. Dat laat onverlet dat het nog vele jaren zal duren voordat de bodem geheel tot rust is gekomen. Lichte bevingen blijven dus voorlopig bij Groningen horen, helaas. Het risico van slachtoffers als gevolg van een beving neemt snel af, maar de Groninger woningen, waarvan de meeste gemetselde en niet verankerde muren hebben, blijven kwetsbaar voor schade.

Er is een paradox in kennis en beleid. Enerzijds weten we steeds meer over de bodemtrillingen en de effecten op de gebouwen. Anderzijds neemt de onzekerheid en onvoorspelbaarheid voor de bewoners toe, omdat ze niet weten onder welk regime ze komen te vallen en wat hun perspectief is. Het is Kafka in het kwadraat, met als gevolg een ander gevoel van onveiligheid. Rechtszekerheid en de voorspelbaarheid van de overheid staan op het spel.

Hoe komen we uit deze impasse? Begin bij de bewoners, maar scheer ze niet over één kam. Er is een groep mensen die al heel lang in gesprek is over schade en versterking. Bij deze mensen is de nood het hoogst. Geef in het proces voorrang aan deze zaken en kom tot maatwerk en ruimhartige oplossingen. Leer van de verschillende (kleine) pilots die laten zien dat het meer integraal en praktischer kan, zoals in Krewerd, Steendam en Tjuchem. Anderzijds zou er een nieuwe praktijknorm nodig zijn voor de overige bewoners, gerelateerd aan schadebeeld en risicoprofiel maar met veel ruimte voor eigen keuze. Schakel architecten en bouwers in om zaken praktisch, begrijpelijk en uitvoerbaar te maken, gericht op de toekomstbestendigheid van de woning en leefomgeving.

Dat is een sterker frame voor Groningen.

- Deze Column is eerder verschenen in de nieuwsbrief van Bouwend Nederland

Andere columns van Rolf:

Ga naar nieuwsoverzicht
  • Delen: