Terugblik webinar 'Vaste grond voor Groningen'

26 juni 2020

Terugblik webinar 'Vaste grond voor Groningen'

Op 26 juni 2020 hield het Kennisplatform Bouwen en Versterken samen met het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen het webinar 'Vaste grond voor Groningen'. Vanuit de studio Stadslab Groningen leidde tafelhost Janine Abbring de 150 kijkers door de stand van zaken in het Groninger gaswinningsdossier. Wetenschappelijk directeur van het Kennisplatform Leefbaar en Kansrijk Groningen Tom Postmes ging met de directeur van BuildinG Rolf Koops in gesprek over de huidige situatie.

Oorspronkelijk stond er een opgenomen toespraak van minister Ollongren op de agenda, maar zij heeft helaas moeten afzeggen. Gelukkig is de tekst van haar toespraak wel met ons gedeeld zodat er over gesproken kon worden. Rolf Koops: ‘de minister is vol lof over Groningers die het heft in eigen hand pakken en ook op eigen initiatief plannen maken om hun huizen en dorpen te versterken. Dat is heel positief.’ Tom Postmes: ‘veiligheid voorop is altijd het motto geweest, het motto van Kamp, het motto van Wiebes en nu is het motto, en het staat er expliciet: veiligheid en duidelijkheid.’

In een tafelgesprek over de toekomst van Groningen met Reinalda Start van de NOS (tevens coauteur van het boek De Gaskolonie), Herman Rinket van het Gasberaad en Adriaan Geuze van architectenbureau West8, en betrokken bij programma Toukomst, verwijst Start eerst naar de website Het Verdwenen Groningen waar alle panden op staan die zijn gesloopt vanwege de gaswinning. “Dan zie je huizen verdwijnen die voor mij Groningen zijn, dat moet je ook niet willen, het is ook een heel naar idee dat al die huizen gesloopt zouden moeten worden omdat ze niet sterk genoeg zijn en niet versterkt kunnen worden.” Na doorvraag van Abbring voegde Start daaraan toe: “De vraag is niet of ze niet versterkt kunnen worden, maar ze zijn te duur om te versterken, ze zijn eigenlijk total loss, ze zijn het economisch niet waard om versterkt te worden.”

Rinket, zelf inwoner en ondernemer in Loppersum, brengt nog een ander aspect aan het licht: “Als ondernemer val je buiten de meeste regelingen. De meeste zaken die worden voorzien voor bewoners en niet voor ondernemers. Er zijn geen of weinig regelingen die te maken hebben met je bedrijfsvoering op het moment dat alles weer moet worden opgenomen voor versterking maar ook voor schadeherstel.” Als antwoord op de vraag wat hij ziet bij andere bedrijven in het gebied zei Rinket: “Als je een bedrijf hebt waar je personeel aan het werk hebt dan moet je er rekening mee houden dat als je weet dat er ernstige schade aan je pand is opgetreden door een aardbeving dat je dan eigenlijk je personeel niet in dat bedrijf mag laten werken.”

Adriaan Geuze geeft aan dat de problematiek van Groningen complex en gelaagd is: “Er is een langere traditie van elkaar niet begrijpen, niet luisteren en achtergesteld voelen.” Toch is hij niet pessimistisch over de mogelijkheden voor de toekomst van Groningen. “We zijn de helft van onze tijd gaan besteden met Hanzehogeschool studenten en RUG studenten om naar de jeugd toe ons expliciet aan te kondigen, want we willen met jullie praten: Waar woon je? Wat is er aan de hand in je gemeenschap?” Aan de hand van een rollenspel is hierdoor een reflectie ontstaan op de verhoudingen, tegenstellingen en hoop in de gemeenschappen.

Ondertussen is Toukomst bezig om de ingediende suggesties te bundelen en wordt er geanalyseerd wat haalbaar is en wat niet. “Dat brengen we in in een panel, een burgerpanel, wat daar verstandige discussies over gaat voeren en besluiten gaat nemen in de hiërarchie en de besteding van het geld. Dat is een vorm van self governance (zelfbestuur red.), niet bij de pakken neer zitten, mensen die dus in de maatschappij van Groningen staan, die een maatschappelijke functie hebben, die gaan daar over praten, dat is natuurlijk ook heel goed want dat geeft ook verzoening, daar worden bruggen gebouwd.” Wat er nu in Groningen gebeurt binnen het kader van Toukomst is vrij uniek. Geuze: “Het is allemaal knoeien en we moeten de goede kant op knoeien en we moeten elkaar vasthouden, die sfeer moeten we wel proberen te bereiken.”

Pratend over de stroperigheid in het dossier en het complexe politieke spel dat gespeeld wordt om de belangen van zowel de overheid, de NAM en de Groningers te behagen observeert Rinket: “Naarmate wij verder in de tijd komen worden wij steeds veiliger, dat roept iedereen die daarover iets wil zeggen. Ja, in cijfers, maar veiligheid is niet alleen een huis dat overeind blijft staan voor die tien minuten om eruit te komen. Veiligheid is ook voor mensen die zich niet zorgen hoeven maken om het opgroeien van hun kinderen die alleen maar dit soort dingen kennen.” Verwijzend naar de forse beving van 3.5 bij Westeremden in 2006 zei Rinket: “Er zijn generaties kinderen geboren en het huis uit gegaan in de tijd dat hier altijd ellende, onduidelijkheid, onzekerheid, onveiligheid en dergelijke was. Dat is toch wel iets waar je je vreselijk over moet schamen als je als politiek verantwoordelijke als economisch verantwoordelijke het voor je uit blijft schuiven.” Reinalda Start neemt het de kennisinstellingen kwalijk dat die hier destijds te weinig aandacht aan hebben besteed. Het is pas sinds de beving van Huizinge in 2012 dat er breder vanuit Groningen de landelijke aandacht wordt opgezocht voor de problematiek.

Kijkend naar de toekomst van Groningen biedt het programma Toukomst perspectief. De eerste lichting ideeën is nu samengebracht tot zo’n 50 bundels en die worden straks ook weer met elkaar in verbinding gebracht. Zo zijn er bijvoorbeeld veel ideeën over educatie en het aansluiten op de arbeidsmarkt door stages en vakscholen. Daarnaast waren er meer dan 400 suggesties over het landschap ingediend, dat moet groener, mooier en met meer ruimte voor water. Bijkomend zijn er veel ideeën over het toerisme als een nieuwe pijler onder het bestaan van de regio. Geuze: “Er zijn zoveel initiatieven over landschap en leefomgeving, echt zó veel, dat wij willen uitschreeuwen van ‘let nou op de leefbaarheid wordt door de Groningers zelf, die hebben meegedaan aan dit project, expliciet gekoppeld aan dit soort domeinen.’ Zou je niet een lokale dienst, wat vroeger de landinrichtingsdienst heette, moeten maken die bij alle uitvoeringsprojecten dat landschap wat je benoemt en de vaarten, de oevers, de biodiversiteit en de leefomgeving van het dorp bij alle plannen verifieert en verbeterd.” Geuze merkt verder op dat Groningers en bestuurders graag snel verbeteringen zien, maar dat het voor plannen bijvoorbeeld op het gebied van educatie wel 10 jaar kan duren voordat het vruchten afdraagt. Janine Abbring sluit af met de terechte opmerking dat het hebben van een lange adem in Groningen geen overbodige luxe is.

Heb je de uitzending gemist? Via deze link kun je de webinar terugkijken. Het wachtwoord is Groningen2020.  

Ga naar nieuwsoverzicht
  • Delen: